De of het vakantieboer?

Het juiste lidwoord is:

de vakantieboer

  • Meervoud: de vakantieboeren
  • Verkleinwoord: het vakantieboertje
Betekenis reisorganisatie die vakanties verkoopt

Zo gebruik je vakantieboer

Met lidwoordde vakantieboer
Dit of dezedeze vakantieboer
Dat of diedie vakantieboer
Ons of onzeonze vakantieboer
Jouwjouw vakantieboer
Elk of elkeelke vakantieboer
Welk of welkewelke vakantieboer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote vakantieboer, de grote vakantieboer
Meervoudde vakantieboeren, deze vakantieboeren

Voorbeeldzinnen met vakantieboer

  • Vakantieboer GeniusTravel biedt de trainer een gratis vakantie aan bij een mogelijk ontslag, meldde The Sun zondag.

Woorden die beginnen met vakantieboer

vakantieboerderij

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).