De of het vakantieattest?

Het juiste lidwoord is:

het vakantieattest

  • Meervoud: de vakantieattesten
Betekenis afrekening van het vakantiegeld en het aantal vakantiedagen waar men nog recht op zou hebben als men als werknemer uit dienst gaat

Zo gebruik je vakantieattest

Met lidwoordhet vakantieattest
Dit of dezedit vakantieattest
Dat of diedat vakantieattest
Ons of onzeons vakantieattest
Jouwjouw vakantieattest
Elk of elkeelk vakantieattest
Welk of welkewelk vakantieattest?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot vakantieattest, het grote vakantieattest
Meervoudde vakantieattesten, deze vakantieattesten

Voorbeeldzinnen met vakantieattest

  • Wanneer je als bediende uit dienst gaat, ontvang je van jouw werkgever een vakantieattest.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).