De of het vaardiging?

Het juiste lidwoord is:

de vaardiging

Regel Woorden op -ing: bijna altijd de. Bekijk de regel

Dit woord staat niet in de woordenlijsten die wij gebruiken om antwoorden te controleren.

Zo gebruik je vaardiging

Met lidwoordde vaardiging
Dit of dezedeze vaardiging
Dat of diedie vaardiging
Ons of onzeonze vaardiging
Jouwjouw vaardiging
Elk of elkeelke vaardiging
Welk of welkewelke vaardiging?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote vaardiging, de grote vaardiging

Woorden die eindigen op vaardiging

afvaardiging | vakbondsafvaardiging | vervaardiging | rechtvaardiging | zelfrechtvaardiging | verrechtvaardiging | uitvaardiging

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel