De of het uitkleding?

Het juiste lidwoord is:

de uitkleding

Regel Woorden op -ing: bijna altijd de. Bekijk de regel
Betekenis 1. het verwijderen van kleren 2. iemand van iets beroven; iets minder waard maken (uitkleden van de sociale voorzieningen)

Zo gebruik je uitkleding

Met lidwoordde uitkleding
Dit of dezedeze uitkleding
Dat of diedie uitkleding
Ons of onzeonze uitkleding
Jouwjouw uitkleding
Elk of elkeelke uitkleding
Welk of welkewelke uitkleding?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote uitkleding, de grote uitkleding

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).