De of het uitgeversconcern?

Het juiste lidwoord is:

het uitgeversconcern

  • Meervoud: de uitgeversconcerns
Betekenis (bedrijfskunde) bedrijf dat bestaat uit een aantal losse uitgevers

Zo gebruik je uitgeversconcern

Met lidwoordhet uitgeversconcern
Dit of dezedit uitgeversconcern
Dat of diedat uitgeversconcern
Ons of onzeons uitgeversconcern
Jouwjouw uitgeversconcern
Elk of elkeelk uitgeversconcern
Welk of welkewelk uitgeversconcern?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot uitgeversconcern, het grote uitgeversconcern
Meervoudde uitgeversconcerns, deze uitgeversconcerns

Voorbeeldzinnen met uitgeversconcern

  • Het uitgeversconcern ziet binnen het bedrijf geen perspectief meer voor de 40 week- en nieuwsbladen die het in Groningen, Friesland, Drenthe en kop van Overijssel en in Flevoland verspreidt.
  • Het Belgische DPG Media (voorheen De Persgroep) koopt voor 460 miljoen euro alle Nederlandse activiteiten van uitgeversconcern Sanoma.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).