De of het tweezitter?

Het juiste lidwoord is:

de tweezitter

  • Meervoud: de tweezitters
  • Verkleinwoord: het tweezittertje
Betekenis voertuig geschikt voor twee personen

Zo gebruik je tweezitter

Met lidwoordde tweezitter
Dit of dezedeze tweezitter
Dat of diedie tweezitter
Ons of onzeonze tweezitter
Jouwjouw tweezitter
Elk of elkeelke tweezitter
Welk of welkewelke tweezitter?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote tweezitter, de grote tweezitter
Meervoudde tweezitters, deze tweezitters

Voorbeeldzinnen met tweezitter

  • Maar de NYPD, de politie van New York, wil het aantal tweezitters in de straten van de metropool verder opvoeren.
  • De tweezitters bij de mannen konden wel twee keer door het ijskanaal.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).