De of het tweevleugelige?

Het juiste lidwoord is:

de tweevleugelige

  • Meervoud: de tweevleugeligen
Betekenis (dierkunde) benaming voor insecten uit de orde Diptera, waartoe vliegen en muggen behoren

Zo gebruik je tweevleugelige

Met lidwoordde tweevleugelige
Dit of dezedeze tweevleugelige
Dat of diedie tweevleugelige
Ons of onzeonze tweevleugelige
Jouwjouw tweevleugelige
Elk of elkeelke tweevleugelige
Welk of welkewelke tweevleugelige?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote tweevleugelige, de grote tweevleugelige
Meervoudde tweevleugeligen, deze tweevleugeligen

Voorbeeldzinnen met tweevleugelige

  • Zij vliegen, zoemen, snorren, zijn gezeten, boren, drinken, een tweevleugelige, ‘niet van zins onze huid te verlaten dan vol van ons hartbloed’.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).