De of het tweelingwoord?

Het juiste lidwoord is:

de tweelingwoord

  • Meervoud: de tweelingwoorden
Betekenis (taalkunde) elk van twee woorden die nauwelijks van elkaar verschillen omdat ze dezelfde herkomst hebben

Zo gebruik je tweelingwoord

Met lidwoordde tweelingwoord
Dit of dezedeze tweelingwoord
Dat of diedie tweelingwoord
Ons of onzeonze tweelingwoord
Jouwjouw tweelingwoord
Elk of elkeelke tweelingwoord
Welk of welkewelke tweelingwoord?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote tweelingwoord, de grote tweelingwoord
Meervoudde tweelingwoorden, deze tweelingwoorden

Voorbeeldzinnen met tweelingwoord

  • Maar van het oogenblik dat het is aangebracht, is onze taal „verrijkt”, naar men dat noemt, met een doublet of tweelingwoord: „citroën”, naast citroen …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).