De of het tweedegraadsbevoegdheid?

Het juiste lidwoord is:

de tweedegraadsbevoegdheid

  • Meervoud: de tweedegraadsbevoegdheden
Regel Woorden op -heid: bijna altijd de. Bekijk de regel
Betekenis (onderwijs) onderwijsbevoegdheid voor de lagere klassen van het middelbaar onderwijs

Zo gebruik je tweedegraadsbevoegdheid

Met lidwoordde tweedegraadsbevoegdheid
Dit of dezedeze tweedegraadsbevoegdheid
Dat of diedie tweedegraadsbevoegdheid
Ons of onzeonze tweedegraadsbevoegdheid
Jouwjouw tweedegraadsbevoegdheid
Elk of elkeelke tweedegraadsbevoegdheid
Welk of welkewelke tweedegraadsbevoegdheid?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote tweedegraadsbevoegdheid, de grote tweedegraadsbevoegdheid
Meervoudde tweedegraadsbevoegdheden, deze tweedegraadsbevoegdheden

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).