De of het tuinzaden?

Het juiste lidwoord is:

de tuinzaden

Betekenis bevruchte kiemen afkomstig of bestemd voor de kweek van planten op omheinde terreinen bij woningen

Zo gebruik je tuinzaden

Met lidwoordde tuinzaden
Dit of dezedeze tuinzaden
Dat of diedie tuinzaden
Ons of onzeonze tuinzaden
Jouwjouw tuinzaden
Elk of elkeelke tuinzaden
Welk of welkewelke tuinzaden?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote tuinzaden, de grote tuinzaden

Voorbeeldzinnen met tuinzaden

  • Vorig jaar werd alleen al voor drie miljard gulden aan tuinzaden verkocht. Zeventig procent van de Nederlandse woningen, zo'n 4,3 miljoen stuks, zijn voorzien van een tuin.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).