De of het tuingast?

Het juiste lidwoord is:

de tuingast

  • Meervoud: de tuingasten
Betekenis (dierkunde) vogel die leeft in het groen rond menselijke huizen

Zo gebruik je tuingast

Met lidwoordde tuingast
Dit of dezedeze tuingast
Dat of diedie tuingast
Ons of onzeonze tuingast
Jouwjouw tuingast
Elk of elkeelke tuingast
Welk of welkewelke tuingast?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote tuingast, de grote tuingast
Meervoudde tuingasten, deze tuingasten

Voorbeeldzinnen met tuingast

  • Een maand later liet Motz zijn bijzondere tuingast zien aan Brian Peer, hoogleraar gedragsecologie aan de Western Illinois University.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).