De of het trainingsweekend?

Het juiste lidwoord is:

het trainingsweekend

  • Meervoud: de trainingsweekends / trainingsweekenden
Betekenis (sport) een weekeinde dat men gebruikt om zich verder te bekwamen in een sport

Zo gebruik je trainingsweekend

Met lidwoordhet trainingsweekend
Dit of dezedit trainingsweekend
Dat of diedat trainingsweekend
Ons of onzeons trainingsweekend
Jouwjouw trainingsweekend
Elk of elkeelk trainingsweekend
Welk of welkewelk trainingsweekend?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot trainingsweekend, het grote trainingsweekend
Meervoudde trainingsweekends, deze trainingsweekends

Voorbeeldzinnen met trainingsweekend

  • "Het was sowieso mijn intentie om een goed trainingsweekend te rijden", vertelde Ter Mors over haar afmelding.
  • Laten we het een mooi trainingsweekend noemen."

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).