De of het trainersvak?

Het juiste lidwoord is:

het trainersvak

  • Meervoud: de trainersvakken
Betekenis alles wat te maken heeft met het beroepsmatig trainen van sporters

Zo gebruik je trainersvak

Met lidwoordhet trainersvak
Dit of dezedit trainersvak
Dat of diedat trainersvak
Ons of onzeons trainersvak
Jouwjouw trainersvak
Elk of elkeelk trainersvak
Welk of welkewelk trainersvak?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot trainersvak, het grote trainersvak
Meervoudde trainersvakken, deze trainersvakken

Voorbeeldzinnen met trainersvak

  • Theo Janssen: ik ga zeker verder in het trainersvak
  • Veel voetballers rollen als vanzelf in het trainersvak. Heel soms knoopt een voetballer meteen na zijn carrière een stropdas om. Met wisselend succes.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).