De of het toneelmaker?

Het juiste lidwoord is:

de toneelmaker

  • Meervoud: de toneelmakers
Betekenis (beroep) persoon die een toneelvoorstelling produceert

Zo gebruik je toneelmaker

Met lidwoordde toneelmaker
Dit of dezedeze toneelmaker
Dat of diedie toneelmaker
Ons of onzeonze toneelmaker
Jouwjouw toneelmaker
Elk of elkeelke toneelmaker
Welk of welkewelke toneelmaker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote toneelmaker, de grote toneelmaker
Meervoudde toneelmakers, deze toneelmakers

Voorbeeldzinnen met toneelmaker

  • De toneelmaker hield de afgelopen maanden zijn mond.
  • De toneelmaker hoorde vanochtend via het nieuws over het overlijden van Bowie.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).