De of het timmermansgezin?

Het juiste lidwoord is:

het timmermansgezin

  • Meervoud: de timmermansgezinnen
Betekenis huishouden met een kostwinner die zijn inkomen met houtbewerking verdient

Zo gebruik je timmermansgezin

Met lidwoordhet timmermansgezin
Dit of dezedit timmermansgezin
Dat of diedat timmermansgezin
Ons of onzeons timmermansgezin
Jouwjouw timmermansgezin
Elk of elkeelk timmermansgezin
Welk of welkewelk timmermansgezin?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot timmermansgezin, het grote timmermansgezin
Meervoudde timmermansgezinnen, deze timmermansgezinnen

Voorbeeldzinnen met timmermansgezin

  • Geboren in Leiden, als oudste zoon in een timmermansgezin, doorliep Johannes de driejarige MULO.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).