De of het televisietoespraak?

Het juiste lidwoord is:

de televisietoespraak

  • Meervoud: de televisietoespraken
  • Verkleinwoord: het televisietoespraakje
Betekenis een toespraak die op televisie gehouden wordt (door een staatshoofd, regeringsleider)

Zo gebruik je televisietoespraak

Met lidwoordde televisietoespraak
Dit of dezedeze televisietoespraak
Dat of diedie televisietoespraak
Ons of onzeonze televisietoespraak
Jouwjouw televisietoespraak
Elk of elkeelke televisietoespraak
Welk of welkewelke televisietoespraak?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote televisietoespraak, de grote televisietoespraak
Meervoudde televisietoespraken, deze televisietoespraken

Voorbeeldzinnen met televisietoespraak

  • De koning hield om zeven uur een televisietoespraak.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).