De of het telefoonsnoer?

Het juiste lidwoord is:

het telefoonsnoer

  • Meervoud: de telefoonsnoeren
  • Verkleinwoord: het telefoonsnoertje
Betekenis 1. (techniek) draad waarmee een 'vaste' telefoon verbonden is met het telefoonnetwerk 2. (techniek) krulsnoer waarmee de hoorn van een 'vaste' telefoon verbonden is met het telefoontoestel

Zo gebruik je telefoonsnoer

Met lidwoordhet telefoonsnoer
Dit of dezedit telefoonsnoer
Dat of diedat telefoonsnoer
Ons of onzeons telefoonsnoer
Jouwjouw telefoonsnoer
Elk of elkeelk telefoonsnoer
Welk of welkewelk telefoonsnoer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot telefoonsnoer, het grote telefoonsnoer
Meervoudde telefoonsnoeren, deze telefoonsnoeren

Voorbeeldzinnen met telefoonsnoer

  • Er was een elektriciteitssnoer om haar enkels gebonden en een telefoonsnoer om haar nek en schouders.
  • Hij deed ook onderzoek naar de ideale lengte van het telefoonsnoer.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).