De of het teenganger?

Het juiste lidwoord is:

de teenganger

  • Meervoud: de teengangers
  • Verkleinwoord: het teengangertje
Betekenis (dierkunde) een dier dat bij het lopen alleen de tenen op de grond zet

Zo gebruik je teenganger

Met lidwoordde teenganger
Dit of dezedeze teenganger
Dat of diedie teenganger
Ons of onzeonze teenganger
Jouwjouw teenganger
Elk of elkeelke teenganger
Welk of welkewelke teenganger?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote teenganger, de grote teenganger
Meervoudde teengangers, deze teengangers

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).