De of het tandkroon?

Het juiste lidwoord is:

de tandkroon

  • Meervoud: de tandkronen
Betekenis 1. (anatomie) met glazuur bedekt deel van een tand 2. (tandheelkunde) een kunsttand die een verloren gegane tand vervangt

Zo gebruik je tandkroon

Met lidwoordde tandkroon
Dit of dezedeze tandkroon
Dat of diedie tandkroon
Ons of onzeonze tandkroon
Jouwjouw tandkroon
Elk of elkeelke tandkroon
Welk of welkewelke tandkroon?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote tandkroon, de grote tandkroon
Meervoudde tandkronen, deze tandkronen

Voorbeeldzinnen met tandkroon

  • Om hun patiënten tegemoet te komen, kopen tandartsen steeds meer tandprothesen in China. In ons land zijn tandkronen en -bruggen immers duur en worden ze ook niet of slechts gedeeltelijk terugbetaald.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).