De of het taalverbod?

Het juiste lidwoord is:

het taalverbod

  • Meervoud: de taalverboden
  • Verkleinwoord: het taalverbodje
Betekenis (taalkunde) een beperking op het gebruik van een bepaalde taal, wat kan variëren van een officieel verbod (zoals in rechtszalen voor minderjarigen) tot informele situaties waarin een taal niet …

Zo gebruik je taalverbod

Met lidwoordhet taalverbod
Dit of dezedit taalverbod
Dat of diedat taalverbod
Ons of onzeons taalverbod
Jouwjouw taalverbod
Elk of elkeelk taalverbod
Welk of welkewelk taalverbod?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot taalverbod, het grote taalverbod
Meervoudde taalverboden, deze taalverboden

Woorden die eindigen op taalverbod

totaalverbod

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).