De of het taaltoets?

Het juiste lidwoord is:

de taaltoets

  • Meervoud: de taaltoetsen
  • Verkleinwoord: het taaltoetsje
Betekenis een gestandaardiseerde controle om te bewijzen dat men een taal in voldoende mate beheerst

Zo gebruik je taaltoets

Met lidwoordde taaltoets
Dit of dezedeze taaltoets
Dat of diedie taaltoets
Ons of onzeonze taaltoets
Jouwjouw taaltoets
Elk of elkeelke taaltoets
Welk of welkewelke taaltoets?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote taaltoets, de grote taaltoets
Meervoudde taaltoetsen, deze taaltoetsen

Voorbeeldzinnen met taaltoets

  • Zo zou er sprake zijn van een taaltoets bij een groot deel van de opleidingen, maar wie zich verder verdiept in de informatie over de studie komt er achter dat zo’n toets vaak helemaal niet nodig is.
  • De politievakbond ANPV pleit voor de aanpassing van een taaltoets voor politiestudenten, omdat die volgens de bond veel te zwaar is.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).