De of het taalregeling?

Het juiste lidwoord is:

de taalregeling

Regel Woorden op -ing: bijna altijd de. Bekijk de regel

Zo gebruik je taalregeling

Met lidwoordde taalregeling
Dit of dezedeze taalregeling
Dat of diedie taalregeling
Ons of onzeonze taalregeling
Jouwjouw taalregeling
Elk of elkeelke taalregeling
Welk of welkewelke taalregeling?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote taalregeling, de grote taalregeling

Woorden die eindigen op taalregeling

betaalregeling

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel