De of het taalonderricht?

Het juiste lidwoord is:

het taalonderricht

Betekenis (onderwijs) onderwijs in een taal

Zo gebruik je taalonderricht

Met lidwoordhet taalonderricht
Dit of dezedit taalonderricht
Dat of diedat taalonderricht
Ons of onzeons taalonderricht
Jouwjouw taalonderricht
Elk of elkeelk taalonderricht
Welk of welkewelk taalonderricht?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot taalonderricht, het grote taalonderricht

Voorbeeldzinnen met taalonderricht

  • Ook zullen hier computercursussen en ander taalonderricht worden aangeboden.
  • Een Nederlandse scholier krijgt in het eerste en tweede leerjaar gemiddeld acht uur intensief taalonderricht, waardoor het een groot deel uitmaakt van het wekelijkse curriculum.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).