De of het taalmakelaar?

Het juiste lidwoord is:

de taalmakelaar

  • Meervoud: de taalmakelaars
Betekenis persoon die mensen die moeite hebben met het Nederlands of de geschreven taal in contact brengt met instanties die ze kunnen helpen de Nederlandse taal machtig te worden

Zo gebruik je taalmakelaar

Met lidwoordde taalmakelaar
Dit of dezedeze taalmakelaar
Dat of diedie taalmakelaar
Ons of onzeonze taalmakelaar
Jouwjouw taalmakelaar
Elk of elkeelke taalmakelaar
Welk of welkewelke taalmakelaar?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote taalmakelaar, de grote taalmakelaar
Meervoudde taalmakelaars, deze taalmakelaars

Voorbeeldzinnen met taalmakelaar

  • De taalmakelaar:- brengt het taalaanbod in Noordoostpolder in kaart - onderzoekt de leerbehoeften van potentiële deelnemer

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).