De of het taalkenner?

Het juiste lidwoord is:

de taalkenner

  • Meervoud: de taalkenners
Betekenis (beroep) deskundige op het gebied van een taal

Zo gebruik je taalkenner

Met lidwoordde taalkenner
Dit of dezedeze taalkenner
Dat of diedie taalkenner
Ons of onzeonze taalkenner
Jouwjouw taalkenner
Elk of elkeelke taalkenner
Welk of welkewelke taalkenner?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote taalkenner, de grote taalkenner
Meervoudde taalkenners, deze taalkenners

Voorbeeldzinnen met taalkenner

  • Dat stelt schrijver en taalkenner Wim Daniëls, als spreker veelvuldig gevraagd om de taalontwikkeling te duiden.
  • Ook taalkenner Wim Daniëls kan zijn lol niet op.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).