De of het taaldomein?

Het juiste lidwoord is:

het taaldomein

  • Meervoud: de taaldomeinen
  • Verkleinwoord: het taaldomeintje
Betekenis (taalkunde) groep spreeksituaties die voor sprekers iets verwants hebben

Zo gebruik je taaldomein

Met lidwoordhet taaldomein
Dit of dezedit taaldomein
Dat of diedat taaldomein
Ons of onzeons taaldomein
Jouwjouw taaldomein
Elk of elkeelk taaldomein
Welk of welkewelk taaldomein?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot taaldomein, het grote taaldomein
Meervoudde taaldomeinen, deze taaldomeinen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).