De of het strandloper?

Het juiste lidwoord is:

de strandloper

  • Meervoud: de strandlopers
  • Verkleinwoord: het strandlopertje
Betekenis 1. iemand die op het strand loopt in het bijzonder een jutter 2. de jongst gevormde duinenrij aan de zeezijde

Zo gebruik je strandloper

Met lidwoordde strandloper
Dit of dezedeze strandloper
Dat of diedie strandloper
Ons of onzeonze strandloper
Jouwjouw strandloper
Elk of elkeelke strandloper
Welk of welkewelke strandloper?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote strandloper, de grote strandloper
Meervoudde strandlopers, deze strandlopers

Voorbeeldzinnen met strandloper

  • Ze waren destijds onafscheidelijke kameraden geweest die geen acht sloegen op hem, een volwassen man met ongetwijfeld een bars gezicht, die worstelde met zijn demonen …
  • Het is een lijst met vogels die hier overwinteren of Nederland aandoen als trekvogel, zoals de paarse strandloper, de ruigpootbuizerd en de kuifduiker.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).