De of het stationshal?

Het juiste lidwoord is:

de stationshal

  • Meervoud: de stationshallen
  • Verkleinwoord: het stationshalletje
Betekenis de centrale hal van een station met de in- en uitgang van dat station

Zo gebruik je stationshal

Met lidwoordde stationshal
Dit of dezedeze stationshal
Dat of diedie stationshal
Ons of onzeonze stationshal
Jouwjouw stationshal
Elk of elkeelke stationshal
Welk of welkewelke stationshal?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote stationshal, de grote stationshal
Meervoudde stationshallen, deze stationshallen

Voorbeeldzinnen met stationshal

  • Ze maakten buiten een ommetje onder het reusachtige afdak van de vooringang en kwamen alleen nu en dan vanuit de stationshal kijken of het nog geen tijd was om zich bij de ouderen te voegen.
  • Ook een poging van de NS om hem te dwingen niet meer te roepen in de stationshal strandde in de rechtszaal.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).