De of het stamgroep?

Het juiste lidwoord is:

de stamgroep

  • Meervoud: de stamgroepen
  • Verkleinwoord: het stamgroepje
Betekenis (onderwijs) de basisgroep leerlingen waarvan men lid is, maar waar men niet de hele dag dezelfde lessen mee heeft

Zo gebruik je stamgroep

Met lidwoordde stamgroep
Dit of dezedeze stamgroep
Dat of diedie stamgroep
Ons of onzeonze stamgroep
Jouwjouw stamgroep
Elk of elkeelke stamgroep
Welk of welkewelke stamgroep?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote stamgroep, de grote stamgroep
Meervoudde stamgroepen, deze stamgroepen

Voorbeeldzinnen met stamgroep

  • Een voorbeeld van hoe dat zou kunnen kwam ik tegen bij een basisschool die werkt met stamgroepen, instructie- en werkplekken.
  • "Leerlingen beginnen en eindigen de schooldag in hun stamgroep, om tussendoor van lokaal te wisselen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).