De of het stambreuk?

Het juiste lidwoord is:

de stambreuk

  • Meervoud: de stambreuken
  • Verkleinwoord: het stambreukje
Betekenis (wiskunde) Een breuk met teller 1

Zo gebruik je stambreuk

Met lidwoordde stambreuk
Dit of dezedeze stambreuk
Dat of diedie stambreuk
Ons of onzeonze stambreuk
Jouwjouw stambreuk
Elk of elkeelke stambreuk
Welk of welkewelke stambreuk?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote stambreuk, de grote stambreuk
Meervoudde stambreuken, deze stambreuken

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).