De of het stadsvoogd?

Het juiste lidwoord is:

de stadsvoogd

  • Meervoud: de stadsvoogden
  • Verkleinwoord: het stadsvoogdje
Betekenis bevelhebber van een stad

Zo gebruik je stadsvoogd

Met lidwoordde stadsvoogd
Dit of dezedeze stadsvoogd
Dat of diedie stadsvoogd
Ons of onzeonze stadsvoogd
Jouwjouw stadsvoogd
Elk of elkeelke stadsvoogd
Welk of welkewelke stadsvoogd?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote stadsvoogd, de grote stadsvoogd
Meervoudde stadsvoogden, deze stadsvoogden

Voorbeeldzinnen met stadsvoogd

  • De woning van De Mortenay was, volgens het gegeven woord, voor hen geheiligd: zij wilden de belofte, die Deconinck gedaan had, niet breken …
  • Deze, niet denkende dat men hen op een andere plaats kon bedriegen, stonden op en bezagen met nauwkeurigheid allen die de stadsvoogd vergezelden.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).