De of het stadsbewoner?

Het juiste lidwoord is:

de stadsbewoner

  • Meervoud: de stadsbewoners
  • Verkleinwoord: het stadsbewonertje
Betekenis iemand die in een stad woont

Zo gebruik je stadsbewoner

Met lidwoordde stadsbewoner
Dit of dezedeze stadsbewoner
Dat of diedie stadsbewoner
Ons of onzeonze stadsbewoner
Jouwjouw stadsbewoner
Elk of elkeelke stadsbewoner
Welk of welkewelke stadsbewoner?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote stadsbewoner, de grote stadsbewoner
Meervoudde stadsbewoners, deze stadsbewoners

Voorbeeldzinnen met stadsbewoner

  • "Brugge wordt te veel een museum, een pretpark", aldus een jonge stadsbewoner.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).