De of het staartpruik?

Het juiste lidwoord is:

de staartpruik

  • Meervoud: de staartpruiken
  • Verkleinwoord: het staartpruikje
Betekenis bedekking van het hoofd in de vorm van nagebootst haar, uitlopend in een vlecht zoals in Europa tijdens de 18de eeuw in de mode was

Zo gebruik je staartpruik

Met lidwoordde staartpruik
Dit of dezedeze staartpruik
Dat of diedie staartpruik
Ons of onzeonze staartpruik
Jouwjouw staartpruik
Elk of elkeelke staartpruik
Welk of welkewelke staartpruik?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote staartpruik, de grote staartpruik
Meervoudde staartpruiken, deze staartpruiken

Voorbeeldzinnen met staartpruik

  • Dat hij het op alle vreemdelingen heeft gemunt, die duivel met zijn staartpruik en zijn groene ogen?" „Bedoelt u Robespiere?" vraagt zij.
  • Van de verschoten wanden staren zij naar de kleine beweeglijke Fransman, in zijn kleurige, van goud fonkelende tenue en naar hun bleke nazaat in zijn simpele rok …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).