De of het staai?

Het juiste lidwoord is:

de staai

  • Meervoud: de staaien

Zo gebruik je staai

Met lidwoordde staai
Dit of dezedeze staai
Dat of diedie staai
Ons of onzeonze staai
Jouwjouw staai
Elk of elkeelke staai
Welk of welkewelke staai?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote staai, de grote staai
Meervoudde staaien, deze staaien

Meervoud, verkleinwoord en vertaling: WikiWoordenboek, licentie CC BY-SA 4.0.