De of het sportploeg?

Het juiste lidwoord is:

de sportploeg

  • Meervoud: de sportploegen
  • Verkleinwoord: het sportploegje
Betekenis (sport) groep samenwerkende sporters die samen aan een wedstrijd deelnemen

Zo gebruik je sportploeg

Met lidwoordde sportploeg
Dit of dezedeze sportploeg
Dat of diedie sportploeg
Ons of onzeonze sportploeg
Jouwjouw sportploeg
Elk of elkeelke sportploeg
Welk of welkewelke sportploeg?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote sportploeg, de grote sportploeg
Meervoudde sportploegen, deze sportploegen

Voorbeeldzinnen met sportploeg

  • Wereldkampioen en Sportploeg van het Jaar, kanshebber op olympisch goud en favoriet voor de Europese titel.
  • Pieter van den Hoogenband, chef de mission van de olympische sportploeg, vertelt over de Olympische Spelen van Tokio en de weg daarnaartoe in tijden van corona.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).