De of het sportongeluk?

Het juiste lidwoord is:

het sportongeluk

  • Meervoud: de sportongelukken
  • Verkleinwoord: het sportongelukje
Betekenis onverwachte gebeurtenis tijdens het sporten die leidt tot lichamelijk letsel

Zo gebruik je sportongeluk

Met lidwoordhet sportongeluk
Dit of dezedit sportongeluk
Dat of diedat sportongeluk
Ons of onzeons sportongeluk
Jouwjouw sportongeluk
Elk of elkeelk sportongeluk
Welk of welkewelk sportongeluk?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot sportongeluk, het grote sportongeluk
Meervoudde sportongelukken, deze sportongelukken

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).