De of het sporthistoricus?

Het juiste lidwoord is:

de sporthistoricus

  • Meervoud: de sporthistorici
Betekenis (beroep, sport) deskundige op het gebeid van de geschiedenis van de sport

Zo gebruik je sporthistoricus

Met lidwoordde sporthistoricus
Dit of dezedeze sporthistoricus
Dat of diedie sporthistoricus
Ons of onzeonze sporthistoricus
Jouwjouw sporthistoricus
Elk of elkeelke sporthistoricus
Welk of welkewelke sporthistoricus?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote sporthistoricus, de grote sporthistoricus
Meervoudde sporthistorici, deze sporthistorici

Voorbeeldzinnen met sporthistoricus

  • Het verhaal achter de veiling van twee olympische medailles van atletieklegende Jesse Owens rammelt volgens sporthistoricus Jurryt van de Vooren aan alle kanten.
  • Sporthistoricus Jurryt van de Vooren is bij de delegatie.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).