De of het speelmakker?

Het juiste lidwoord is:

de speelmakker

  • Meervoud: de speelmakkers
  • Verkleinwoord: het speelmakkertje
Betekenis 1. iemand waarmee men speelt 2. iemand waarmee men bevriend is

Zo gebruik je speelmakker

Met lidwoordde speelmakker
Dit of dezedeze speelmakker
Dat of diedie speelmakker
Ons of onzeonze speelmakker
Jouwjouw speelmakker
Elk of elkeelke speelmakker
Welk of welkewelke speelmakker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote speelmakker, de grote speelmakker
Meervoudde speelmakkers, deze speelmakkers

Voorbeeldzinnen met speelmakker

  • Een speelmakker uit zijn jeugd, Serpoechovskoj, die tot dezelfde kringen behoorde, die met hem in het page-corps was geweest en het tegelijk met hem had verlaten …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).