De of het snotkoker?

Het juiste lidwoord is:

de snotkoker

  • Meervoud: de snotkokers
  • Verkleinwoord: het snotkokertje
Betekenis 1. (anatomie, informeel, pejoratief) orgaan tussen de ogen en de mond, gebruikt om te ruiken en adem te halen 2. (landbouw, gereedschap) metalen buis om zieke bloembollen te verwijderen

Zo gebruik je snotkoker

Met lidwoordde snotkoker
Dit of dezedeze snotkoker
Dat of diedie snotkoker
Ons of onzeonze snotkoker
Jouwjouw snotkoker
Elk of elkeelke snotkoker
Welk of welkewelke snotkoker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote snotkoker, de grote snotkoker
Meervoudde snotkokers, deze snotkokers

Voorbeeldzinnen met snotkoker

  • We merken er bijvoorbeeld weinig van als ze een kind niet mogen. Je ziet ze niet denken: dat kind met die snotkoker, gatverdamme, en hij stinkt ook nog. Die knop kunnen ze goed omzetten.
  • Op een foto van een ziekzoeker in een bollenveld (iemand die zieke planten verwijderde met behulp van een apparaat dat ‘snotkoker’ heette) heeft hij een prominent aanwezige toeschouwer …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).