De of het snavelmasker?

Het juiste lidwoord is:

het snavelmasker

  • Meervoud: de snavelmaskers
  • Verkleinwoord: het snavelmaskertje
Betekenis masker dat pestdokters droegen

Zo gebruik je snavelmasker

Met lidwoordhet snavelmasker
Dit of dezedit snavelmasker
Dat of diedat snavelmasker
Ons of onzeons snavelmasker
Jouwjouw snavelmasker
Elk of elkeelk snavelmasker
Welk of welkewelk snavelmasker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot snavelmasker, het grote snavelmasker
Meervoudde snavelmaskers, deze snavelmaskers

Voorbeeldzinnen met snavelmasker

  • Kleding van een 17e-eeuwse pestdokter, met een 'snavelmasker' met kruiden die bescherming moesten bieden

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).