De of het skiër?

Het juiste lidwoord is:

de skiër

  • Meervoud: de skiërs
  • Verkleinwoord: het skiërtje
Betekenis een mannelijk iemand die aan skiën doet

Zo gebruik je skiër

Met lidwoordde skiër
Dit of dezedeze skiër
Dat of diedie skiër
Ons of onzeonze skiër
Jouwjouw skiër
Elk of elkeelke skiër
Welk of welkewelke skiër?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote skiër, de grote skiër
Meervoudde skiërs, deze skiërs

Voorbeeldzinnen met skiër

  • Mary is een goede skiër, nietwaar?

Woorden die eindigen op skiër

alpineskiër | waterskiër | jetskiër

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).