De of het schoonmaakster?

Het juiste lidwoord is:

de schoonmaakster

  • Meervoud: de schoonmaaksters
  • Verkleinwoord: het schoonmaakstertje
Betekenis (beroep) vrouwelijke vorm van schoonmaker, vrouw die schoonmaakt

Zo gebruik je schoonmaakster

Met lidwoordde schoonmaakster
Dit of dezedeze schoonmaakster
Dat of diedie schoonmaakster
Ons of onzeonze schoonmaakster
Jouwjouw schoonmaakster
Elk of elkeelke schoonmaakster
Welk of welkewelke schoonmaakster?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote schoonmaakster, de grote schoonmaakster
Meervoudde schoonmaaksters, deze schoonmaaksters

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).