De of het schoonmaakbeurt?

Het juiste lidwoord is:

de schoonmaakbeurt

  • Meervoud: de schoonmaakbeurten
  • Verkleinwoord: het schoonmaakbeurtje
Betekenis de keer dat men iets of iemand reinigt

Zo gebruik je schoonmaakbeurt

Met lidwoordde schoonmaakbeurt
Dit of dezedeze schoonmaakbeurt
Dat of diedie schoonmaakbeurt
Ons of onzeonze schoonmaakbeurt
Jouwjouw schoonmaakbeurt
Elk of elkeelke schoonmaakbeurt
Welk of welkewelke schoonmaakbeurt?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote schoonmaakbeurt, de grote schoonmaakbeurt
Meervoudde schoonmaakbeurten, deze schoonmaakbeurten

Voorbeeldzinnen met schoonmaakbeurt

  • Ik zal de kamer een goede schoonmaakbeurt geven.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).