De of het schnitzelpaniek?

Het juiste lidwoord is:

de schnitzelpaniek

Betekenis paniek onder Oostenrijkse ongevaccineerden toen er voor hun stengere lockdownmaatregelen werden afgekondigd en ze zich alsnog lieten vaccineren

Zo gebruik je schnitzelpaniek

Met lidwoordde schnitzelpaniek
Dit of dezedeze schnitzelpaniek
Dat of diedie schnitzelpaniek
Ons of onzeonze schnitzelpaniek
Jouwjouw schnitzelpaniek
Elk of elkeelke schnitzelpaniek
Welk of welkewelke schnitzelpaniek?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote schnitzelpaniek, de grote schnitzelpaniek

Voorbeeldzinnen met schnitzelpaniek

  • Het wordt schnitzelpaniek genoemd: de Oostenrijker vindt zijn wienerschnitzel toch net iets belangrijker dan zijn weerzin tegen het vaccin.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).