De of het schaakspeler?

Het juiste lidwoord is:

de schaakspeler

  • Meervoud: de schaakspelers
  • Verkleinwoord: het schaakspelertje
Betekenis 1. (schaak) iemand die schaak speelt 2. (figuurlijk) iemand die ver vooruit kan denken

Zo gebruik je schaakspeler

Met lidwoordde schaakspeler
Dit of dezedeze schaakspeler
Dat of diedie schaakspeler
Ons of onzeonze schaakspeler
Jouwjouw schaakspeler
Elk of elkeelke schaakspeler
Welk of welkewelke schaakspeler?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote schaakspeler, de grote schaakspeler
Meervoudde schaakspelers, deze schaakspelers

Voorbeeldzinnen met schaakspeler

  • Het is vaak het geval dat aftrekaanvallen door beginnende schaakspelers niet worden opgemerkt.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).