De of het ruziestoker?

Het juiste lidwoord is:

de ruziestoker

  • Meervoud: de ruziestokers
  • Verkleinwoord: het ruziestokertje
Betekenis persoon die veel ruzie maakt

Zo gebruik je ruziestoker

Met lidwoordde ruziestoker
Dit of dezedeze ruziestoker
Dat of diedie ruziestoker
Ons of onzeonze ruziestoker
Jouwjouw ruziestoker
Elk of elkeelke ruziestoker
Welk of welkewelke ruziestoker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote ruziestoker, de grote ruziestoker
Meervoudde ruziestokers, deze ruziestokers

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).