De of het rozenteler?

Het juiste lidwoord is:

de rozenteler

  • Meervoud: de rozentelers
Betekenis (beroep, tuinbouw) iemand die rozen teelt

Zo gebruik je rozenteler

Met lidwoordde rozenteler
Dit of dezedeze rozenteler
Dat of diedie rozenteler
Ons of onzeonze rozenteler
Jouwjouw rozenteler
Elk of elkeelke rozenteler
Welk of welkewelke rozenteler?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote rozenteler, de grote rozenteler
Meervoudde rozentelers, deze rozentelers

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).