De of het roofvlieg?

Het juiste lidwoord is:

de roofvlieg

  • Meervoud: de roofvliegen
  • Verkleinwoord: het roofvliegje
Betekenis (tweevleugeligen) insect uit de familie Asilidae van tweevleugeligen met ca 7100 beschreven soorten

Zo gebruik je roofvlieg

Met lidwoordde roofvlieg
Dit of dezedeze roofvlieg
Dat of diedie roofvlieg
Ons of onzeonze roofvlieg
Jouwjouw roofvlieg
Elk of elkeelke roofvlieg
Welk of welkewelke roofvlieg?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote roofvlieg, de grote roofvlieg
Meervoudde roofvliegen, deze roofvliegen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).