De of het roodrijder?

Het juiste lidwoord is:

de roodrijder

  • Meervoud: de roodrijders
  • Verkleinwoord: het roodrijdertje
Betekenis weggebruiker die een rood stoplicht negeert en doorrijdt

Zo gebruik je roodrijder

Met lidwoordde roodrijder
Dit of dezedeze roodrijder
Dat of diedie roodrijder
Ons of onzeonze roodrijder
Jouwjouw roodrijder
Elk of elkeelke roodrijder
Welk of welkewelke roodrijder?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote roodrijder, de grote roodrijder
Meervoudde roodrijders, deze roodrijders

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).