De of het rommelaar?

Het juiste lidwoord is:

de rommelaar

  • Meervoud: de rommelaars
Betekenis 1. iemand die iets op een slordige manier doet 2. kleine, niet helemaal eerlijke handelaar

Zo gebruik je rommelaar

Met lidwoordde rommelaar
Dit of dezedeze rommelaar
Dat of diedie rommelaar
Ons of onzeonze rommelaar
Jouwjouw rommelaar
Elk of elkeelke rommelaar
Welk of welkewelke rommelaar?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote rommelaar, de grote rommelaar
Meervoudde rommelaars, deze rommelaars

Voorbeeldzinnen met rommelaar

  • Die viel in de extra tijd verdiend en kwam op naam van de kleine rommelaar Achahbar die met een tik achter zijn standbeen de Kuip liet ontploffen: 2-2.
  • Beide lange verdedigers hadden het lastiger met rommelaar Dario Cvitanich, die al zo vaak is afgeschreven.

Woorden die eindigen op rommelaar

grommelaar | trommelaar

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).